EEN FABEL
Op een zekere dag besloten de dieren dat er iets moest gebeuren om de problemen van de moderne wereld op te lossen.
Daarom verkozen ze een schoolbestuur bestaande uit een beer, een das en een bever, en ze huurden een egel in om het onderwijs te geven. Het leerplan omvatte rennen, klimmen,zwemmen en vliegen. Om het onderricht vlot te laten verlopen werden alle dieren die even oud waren, op dezelfde manier onderwezen in alle vakken.
De eend was de beste zwemmer – in feite was ze beter dan de onderwijzer – maar voor vliegen had ze zwakke punten, en voor rennen viel ze totaal uit. Omdat ze zo slecht was in rennen, kreeg ze extra lessen, aldus moest ze rennen oefenen terwijl de andere dieren zwemles hadden. Nadat ze dat een poos gedaan had, waren haar gevliesde poten zo vermoeid dat ze slechts middelmatige punten kreeg voor zwemmen. De eekhoorn haalde topscores in klimmen, maar was daarentegen zeer gefrustreerd in de vlieglessen. De leraar wou immers dat hij zou starten van op de grond, terwijl de eekhoorn zelf liever van boom tot boom wou vliegen. Hij geraakte zodanig overwerkt dat hij na verloop van tijd nogal zwakke punten haalde voor klimmen, en nog zwakkere voor rennen. De arend was een probleemleerling en werd vaak zwaar gestraft. Tijdens de klimlessen bereikte hij de boomtoppen vlugger dan eender wie, maar hij wou het steeds op zijn eigen manier doen. Daarom werd hij in een observatieklas geplaatst. Het konijn startte als klaskampioen voor rennen, maar kreeg een zenuwinzinking omwille van al het extra werk voor zwemmen.
Aan het einde van het schooljaar haalde een abnormale paling, die crimineel goed kon zwemmen en die ook goed kon rennen, klimmen en een beetje vliegen, de hoogste gemiddelde score. Daarom werd hij aangeduid om de speech te houden tijdens het promotiebanket. De prairiehond bleef van school weg, omdat graven door het bestuur niet als vak erkend werd. Daarom liet de hond zijn jongen onderrichten door een das. Na een tijd vond de hond steun bij een wild zwijn en samen stichtten ze een privéschool, die alras een succes bleek te zijn. De gewone dierenschool echter, die opgezet was om de problemen van de wereld op te lossen, werd gesloten, tot grote opluchting van alle dieren in het bos.

De dieren in deze fabel hebben het moeilijk met rennen, vliegen, zwemmen en klimmen. Kinderen in de lagere school hebben zo hun eigen problemen.

Volgende problemen hebben een rechtstreekse invloed op schoolse vaardigheden:dyslexie, dyscalculie, dyspraxie en dysfasie.
Er zijn ook andere problemen die onrechtstreeks gevolgen hebben voor schoolse prestaties en leerplezier:ADD, ADHD.
Soms zijn er ook problemen op gebied van flexibiliteit en sociale vaardigheden (interactie): NLD, syndroom van Asperger, autisme spectrum stoornis.
De laatste stempel die nog niet uitgedeeld is, is de stempel voor kinderen die vaak niet als kinderen met een probleem gezien worden, maar die zeker ook hun eigen struikelblokken hebben: hoogbegaafden.
Hieronder stellen we enkele kinderen van de familie Dys en hun buren aan u voor die deze begrippen meer kunnen verduidelijken.

Share Button